Het middelbaar beroepsonderwijs is bezig aan een ingrijpende vernieuwing: de competenties van leerlingen worden centraal gesteld.
De vakmensen-in-wording krijgen niet meer alleen kennis en vaardigheden mee, maar ze leren deze ook effectief en doelgericht in te zetten binnen een bedrijfsorganisatie, in goede samenwerking met collega’s en leidinggevenden. Praktijkleren op echte of gesimuleerde werkplekken wordt daarom de norm. Daarnaast moeten leerlingen eraan wennen om zichzelf te blijven ontwikkelen.
De vernieuwing begon met de ontwikkeling van nieuwe ‘kwalificatieprofielen’ door de kenniscentra, waaronder Kenteq en ECABO (de beide partners achter Loket MBO-ICT). In een kwalificatieprofiel (KP) staat beschreven wat iemand die een beroepsopleiding heeft afgerond in huis moet hebben aan competenties. De KP’s zijn ontwikkeld in nauwe samenspraak met het bedrijfsleven en het onderwijs; ze gelden voor het hele mbo.
Praktijkgericht onderwijs brengt met zich mee dat de stage nog belangrijker wordt in de opleiding. Verder wordt de examinering aangepast door de introductie van realistische proeven van bekwaamheid.
Planning
De ROC’s (de scholen van het mbo) moeten ingrijpende veranderingen doorvoeren om over te schakelen op competentiegericht onderwijs. Docenten zien bijvoorbeeld hun taken veranderen, en klaslokalen moeten deels plaats maken voor praktijkleeromgevingen. Daarom neemt de vernieuwing een aantal jaren in beslag. Als de lopende experimenteerperiode succesvol verloopt, zijn alle mbo-instellingen vanaf het schooljaar 2010/2011 verplicht om de nieuwe kwalificatiestructuur te hanteren.
Voor (leer)bedrijven betekent de invoering van competentiegerichte opleidingen dat ze een grotere rol gaan spelen in het beroepsonderwijs. De vernieuwing kan alleen slagen als bedrijven, kenniscentra en scholen effectief samenwerken om de professionals van morgen optimaal voor te bereiden op hun carričre.